zaterdag 28 maart 2020

Eerste zwaluw terug

De eerste boerenzwaluw is dit jaar in zwaluwenboerderij Stokkink in Gelselaar gearriveerd op zaterdag 28 maart. Even voor zeven uur ’s avonds zag ik deze trekvogel bij een vervallen nest, aan de donkere achterzijde van een eeuwenoude balk in het achterhuis. Dat is tamelijk vroeg, al glipte acht jaar geleden de eerste al binnen op 23 maart. En vorig jaar konden we op 1 april deze geliefde vogel verwelkomen. Drie keer eerder (in 1993, 2008 en 2009) kon mijn echtgenote mij bij thuiskomst begroeten met de woorden: “Ze bunt’r wier! Dat is geen grap.” Een dorpsgenoot meldde gisteravond al de terugkeer van een zwaluw in het schuurtje bij zijn woning. In 2015 zagen we de eerste van deze zomergasten in onze boerderij op 9 april en in 2014 op 8 april. En zeven jaar geleden vloog de eerste van deze trekvogels op 12 april het achterhuis van deze boerderij binnen om er weer te gaan nestelen. De laatste twintig jaren waren ze enkele malen aanzienlijk later: in 2005 op 19 april en in 2002 pas op 23 april. Het is het nog geen zomer, maar een mooi voorjaar is het zo al wel.

vrijdag 13 september 2019

Tot ziens, hopen we

Waarschijnlijk hebben voor de laatste keer dit jaar hebben de afgelopen nacht boerenzwaluwen overnacht in boerderij Stokkink. Vanavond bleven alle nesten en hangplekken leeg. De eerste vogel arriveerde op 1 april. Minder dan een half jaar hebben we van hun zang en hun jongen kunnen genieten. Nu is het voorlopig weer stil in het achterhuis. Want koeien worden hier al lang niet meer gehouden. Desondanks hebben de negen paartjes (waarvan er acht met succes jongen groot brachten) hier voldoende voedsel kunnen vinden.

woensdag 11 september 2019

Nog niet vertrokken

Afgelopen nacht vertoefden nog enkele boerenzwaluwen in ons achterhuis, waaronder dit paar. (foto van 25 augustus). Is dat laat in het seizoen. Vertrokken ze anderen jaren eerder? Dat weet je alleen als je dit goed bijhoudt. Naast de datum van aankomst hield ik via dit blog ook bij wanneer ze weer vertrokken naar Afrika. Wat bepalend is voor hun vertrek – temperatuur, gebrek aan voedsel of iets anders – weet ik niet. Maar 11 september zou niet laat zijn. In 2011 zag ik er nog één in onze boerderij op 25 september, in 2012 vertrok de laatste vogel op 21 september en in 2013 op 27 september. Meestal betrof het wat late jongen. Jaren geleden kleumden er begin oktober nog een paar op de ‘delle’. Dit jaar aarzelen alleen enkele oudere vogels met hun afscheid.

vrijdag 6 september 2019

Van boek tot column

Via mijn boek ‘Dorp zonder zwaluwengewelf’ (zie http://willemsluiter.blogspot.com/) zijn dagboeknotities van Hendrik Willem Heuvel vandaag beland in een column van een zeer geleerde Nederlander, Willem. J. Ouweneel, die drie keer is gepromoveerd. Zie column https://cip.nl/cip+/75311-wat-hebben-boerenzwaluwen-met-de-vervangingstheologie-te-maken/Hk9QCQteBX99Ok5JQB1NchcXEQ, waarin hij vrij citeerde. Heuvel noteerde meer dan een eeuw geleden in een zinnetje met een paar heldere afkortingen: “Geen zwaluwnest a. e. afgescheiden kerk - zei e. Groninger boer - Dus ook geen huis Gods (Ps 84).” Het werk van Heuvel, die een groot liefhebber van zwaluwen was en vooral bekend is van zijn klassieker ‘Oud-Achterhoeksch Boerenleven’ (een groep onder leiding van Ouweneel werkt momenteel aan een heruitgave met uitvoerige toelichting), inspireerde mij tot het schrijven van mijn boek als vervolg op één van zijn verhalen. De boerenzwaluwen in onze boerderij dralen overigens nog met hun vertrek. De afgelopen nacht telde ik er in en rond de nesten aan de eeuwenoude balken in onze boerderij nog dertien. Zie de foto’s hierbij.

maandag 26 augustus 2019

Rouw om vrouwtje

Stil verdriet. De opperzanger onder de boerenzwaluwen zwijgt. Zit op een tropisch warme dag een poos alleen in onze boerderij, waar net vanmorgen de laatste jonge zwaluw uitvloog. In het oudste nest aan de eeuwenoude balken van boerderij Stokkink zit roerloos het vrouwtje. Dood. Op de plek waar haar eerste jongen dit jaar werden uitgebroed. Zelfs haar tweede broedsel is al groot genoeg om voor zichzelf voldoende insecten te vangen. Een vogel is voor mij niet gelijk aan een mens. En er sneuvelen op de trektocht van en naar Afrika zoveel soortgenoten, dat de dood van één van deze tijdelijke ‘huisgenoten’ en ook die van twee jongen die deze zomer uit het nest vielen of er uitgegooid werden (na problemen rond het ouderpaar) geen reden is om dramatisch over te doen. Maar het beeld van verdriet (Facebook hoeft niet louter een pretwereld te tonen) raakt mij en overschrijdt grenzen. Het toont rouw, haast zoals mensen, van vele landen en eeuwen, die ook verwerken.